Op 28 mei 2026 keurde de Kamer de Programmawet 2026 goed, op 1 juni verscheen ze in het Belgisch Staatsblad. Achter die nuchtere zin schuilt een reeks fiscale en budgettaire maatregelen die je portefeuille raken — als ondernemer, als vennootschap én als particulier.
Wat verandert er concreet, en vanaf wanneer? We zetten de zeven belangrijkste wijzigingen voor je op een rij, telkens met een korte uitleg over wat het voor jou betekent.
1. Kostenforfait op auteursrechten verdwijnt
Tot nu kon je op auteursrechtelijke vergoedingen een aantrekkelijk kostenforfait inbrengen: 50% op de eerste schijf tot 20.950 euro en 25% op de tweede schijf tot 40.190 euro. Dat forfait verlaag je belastbare basis fors, dus het verschil is voelbaar.
Die regeling verdwijnt nu, met één uitzondering: heb je een kunstenaarsattest (gewoon of 'plus'), dan behoud je het kostenforfait. Iedereen zonder dat attest verliest de volledige aftrek.
Vanaf wanneer? Voor alle vergoedingen die worden toegekend of betaald na 1 januari 2026. De roerende voorheffing wordt daarop aangepast vanaf 10 juni 2026.
2. Hogere belasting op liquidatiereserves
Liquidatiereserves blijven een populaire manier om winst fiscaalvriendelijk uit je vennootschap te halen. De Programmawet draait nu aan twee knoppen:
- Hoger tarief op VVPRbis-dividenden: de roerende voorheffing stijgt van 15% naar 18%. Dit geldt voor dividenden die worden toegekend vanaf 1 juli 2026.
- Liquidatiereserves aangelegd vanaf 31 december 2025: keer je uit na de wachttermijn van drie jaar, dan betaal je 9,8% roerende voorheffing in plaats van 6,5%. Keer je vroeger uit, binnen die drie jaar, dan komt er bovenop de anticipatieve heffing van 10% nog 30% roerende voorheffing bij — een effectieve belastingdruk van 36,36%.
Goed nieuws voor wie al langer bezig is: voor oude liquidatiereserves, aangelegd vóór 31 december 2025, blijft het tarief bij vroegtijdige uitkering op 20%.
Wat betekent dit voor jou? De timing van je uitkeringen wordt nóg belangrijker. Reserves van vóór en na de jaarwisseling 2025 spelen voortaan onder andere spelregels — het loont om die situatie eens samen door te rekenen.
3. Nieuwe antimisbruikregel bij vereffening
Ontbind je je vennootschap, keer je de liquidatiereserves belastingvrij uit en start je daarna — rechtstreeks of onrechtstreeks — een nieuwe vennootschap op met dezelfde of gelijkaardige activiteiten? Dan kom je voortaan in het vizier van een nieuwe antimisbruikbepaling.
De belastingvrij uitgekeerde bedragen worden in dat geval alsnog belast als dividend, aan het tarief dat gold in het jaar waarin de nieuwe vennootschap werd opgericht.
Vanaf wanneer? 10 juni 2026.
4. Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing wordt beperkt
Werkgevers die genieten van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing — denk aan ploegen- en nachtarbeid — moeten voortaan rekening houden met een correctiefactor:
- 2027: 97% (een beperking met 3%)
- 2028: 93,35% (een beperking met 6,65%)
- Vanaf 2029: 95,9% (een beperking met 4,1%)
De invoering verloopt gefaseerd vanaf 1 januari 2027.
Wat betekent dit voor jou? Werk je met ploegen- of nachtarbeid, dan daalt je voordeel stapsgewijs. Houd er rekening mee in je loonbudget voor de komende jaren.
5. Hogere premietaks op verzekeringen
De taks op verzekeringscontracten stijgt van 9,25% naar 9,6%. Dat lijkt klein, maar het verhoogt de kostprijs van je verzekeringspremies.
Let op: deze maatregel ging in op 1 april 2026 en is dus al van kracht.
6. Taxshift op energie: minder op elektriciteit, meer op fossiele brandstoffen
De accijnzen verschuiven. Elektriciteit wordt lichter belast, terwijl benzine, diesel en aardgas duurder worden. Dat voel je terug op je energiefactuur en je brandstofkosten.
Vanaf wanneer? 1 augustus 2026.
7. De centenindex
Je loon blijft meestijgen met de levensduurte, maar niet langer voor iedereen even hard. Er komt namelijk een plafond.
Dat plafond ligt op 4.000 euro voor het bruto maandloon, en op 2.000 euro bruto voor halftijdse brutolonen en uitkeringen zoals pensioenen. Tot die grenzen krijg je de volledige indexering; alles daarboven wordt geïndexeerd met een aftrek van 2 procentpunten.
De maatregel kan maximaal twee keer worden ingeroepen: één keer in 2026 en nog eens in 2028.
Niet zeker wat dit voor jouw situatie betekent?
Geen enkele van deze maatregelen staat op zichzelf. De impact hangt af van je structuur, je timing en je plannen voor de komende jaren — en net daar maken de juiste keuzes het verschil.
Wil je weten hoe de Programmawet 2026 jouw situatie raakt en wat je nú al kan doen? Plan een gesprek in en we bekijken het samen.
Dit artikel is een algemene toelichting en geen persoonlijk fiscaal of financieel advies. Voor advies op maat van jouw situatie kan je bij ons terecht.